Verhalen uit de praktijk

praktijkverhalen

Pubers zijn ook gewoon mensen,maar net anders

Wij zien pubers als gewoon mens  en spreken ze aam als volwaardig en zelfdenkend. Dat stimuleert hun zelfreflectievermogen. We steunen hen in hun ontwikkeling tot zichzelf waarderend mens en stimuleren zelfstandigheid en zelfredzaamheid, vooral emotioneel.

De pubertijd is een tijd waarin het lichaam volwassen wordt en het is bekend dat de hormoonhuishouding ‘ingeregeld’ moet worden. Hogere hormoonwaarden kunnen leiden tot sterke emotionaliteit zoals heel erg overstuur zijn, boosheid en zich snel gekwetst voelen. De puber begrijpt er zelf vaak niets van. De zoektocht naar identiteit is soms ingewikkeld en ook verwarrend. Experimenterend ontdekken wie je bent is de meest gebruikelijke weg. Het experiment op zich zegt nog weinig over de uiteindelijke uitkomst.

Over de ontwikkelingen van de hersenen lopen de meningen uiteen, maar er zijn voldoende aanwijzingen:

  1. dat de ontwikkeling van empathie voor veel pubers pas later start; de puber komt lomp of ongevoelig over;
  2. risico’s niet worden waargenomen of ervaren worden terwijl er wel een sterke kick in positieve zin kan zijn waardoor de puber zich in gevaarlijke situaties kan begeven. Dat hoort er (dus) bij en is deel van vallen en opstaan. Soms moet je grenzen aan gedrag stellen;
  3. pubers kunnen onverschillig overkomen maar vaak strookt dit niet met de binnenwereld en ze zijn heel gevoelig voor situaties die schaamte oproepen.

De pubertijd is de fase van losmaking van de ouders. Noodzakelijk, want anders kan een puber later als mens het niet alleen aan in de wereld. Dat losmaken is geen geleidelijk proces en voor de meeste ouders de meest uitdagende fase van opvoeden. Grenzen worden verkend en overschreden waarbij een ouder gevraagd wordt. Pubers zijn vaak eigenwijs; ze zijn het liever niet met je eens. Dat komt door de groei van de hersenen en de wil om zelfstandig te worden. Ga je daar steeds tegenin, dan kun je veel ruzie hebben. Laat je puber juist eigenwijs zijn. Dat is goed. Als pubers eigenwijs zijn, betekent dit dat ze zich ontwikkelen. Ze komen op voor zichzelf en voor dingen waar ze mee bezig zijn.

De puber is geholpen als je hem serieus neemt. Dat betekent dat je moet onderhandelen en adviseren in plaats van te bepalen wat goed is zoals in de eerdere levensfase het geval was. Maak samen regels en hanteer die consequent. Stel vragen in plaats van in te vullen hoe het gaat op basis van het beeld dat je als ouder hebt van hoe het kind was.

Er zijn grenzen aan gedrag en die zijn heel functioneel voor de puber omdat ze veiligheid geven. Consequent zijn in het stellen van grenzen helpt daarbij, en leg uit waarom de grens er is.

Soms is ruzie onvermijdelijk. Ruzie is OK als het binnen de grenzen van redelijkheid blijft en het ook weer wordt goedgemaakt. Het spreekt voor zich dat de ouders bij voorkeur een lijn trekken zodat je niet uit elkaar gespeeld wordt. En als je een keer ruzie hebt, denk dan: we zijn in ieder geval in contact, de puber neemt je als ouder nog serieus om het aan te gaan en voor zichzelf op te komen.

Als ouder hoef je niet perfect te zijn, je mag fouten maken. Geeft dat ook toe en geef daarmee het voorbeeld dat fouten maken bij het leven hoort en perfectie een niet-haalbaar ideaal is.

Uitsluiting en erbij willen horen

Een van de belangrijkste dingen waarover een puber zich heel druk kan maken, is ‘erbij horen’. The fear of missing out wordt ervaren als onoverkomelijk, in het moment althans.

Maar, het belang van erbij horen wordt door ouders vaak onderschat of niet serieus genomen en dat is een gemiste kans. De puber heeft een eigen identiteit te ontwikkelen en zoekt de peers uit om zich mee te identificeren. Dat uit zich in kleding, muziek, opmaken en natuurlijk gedrag.

Voor ouders is dit soms een uitdagende fase: is dit mijn kind (nog)?

Of ouders vinden het moeilijk dat het ooit lieve, contact zoekende of bevestiging zoekende kind ineens een eigen weg in slaat. Geef het kind daarin de ruimte, blijf vragen stellen en die mogen ook kritisch zijn als je het vermoeden hebt dat de mensen waarmee de puber omgaat gedrag vertonen dat voor jou over een grens is. Leg je eventuele twijfels ook open op tafel en maak het concreet waarover je zorg gaat.

Een puber verbieden bij een groep te horen waarbij het wil horen, of straffen te geven waardoor het niet kan omgaan met de mensen met wie hij wil omgaan, kan ook heel contraproductief werken. De angst uitgesloten te worden kan heel bedreigend voelen omdat de puber de groep nodig heeft.

Ook wanneer een puber gepest wordt of wanneer deze niet bij een groep aansluiting vindt, treedt het gevoel van uitsluiting op en dat werkt eenzaamheid, somberheid en ongewenst gedrag in de hand. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat uitsluiting in de hersenen wordt ervaren als pijn en heeft dus een sterke (negatieve) invloed op de puber.

Neem de behoefte van je kind daarom serieus als deze bij een groep wil horen, bang is daarvan buitengesloten te raken of te zijn; voor de gezonde identiteitsontwikkeling en eigenwaarde is de groep heel belangrijk.