Verhalen uit de praktijk

praktijkverhalen

praktijkverhalen

Therapie in tijden van corona

Je zult maar van altijd naar school moeten ineens naar niet meer naar school kunnen zijn gegaan. Lijkt leuk in het begin maar niet meer chillen met je vrienden, niet meer kunnen balen van je les of vervelende leraar is wel het andere uiterste. Om nog maar niet te spreken van dat je de hele dag met een ouder, broertje of zus zit opgescheept.

Dus juist ook deze tijd kan het zijn dat je even met iemand wilt praten die naar je luistert, met je meedenkt, jou niet beoordeeld of je gedrag veroordeeld. In deze tijd kan je telefoon je redding zijn: tenminste kun je nog met je vrienden praten over de app.

En soms wil je over iets praten wat je niet met je vrienden kunt of wilt bespreken. Veel jongerentherapeuten werken gewoon door, ook tijdens de coronatijd. Sommige waar je nog naar de praktijk kunt komen, anderen gebruiken Skype of Zoom zodat je ze digitaal kunt ontmoeten. Dat werkt natuurlijk beter als jij ook een rustige plek hebt thuis om contact te maken.

Kijk in jouw buurt welke therapeut er actief zijn, neem contact met ze op. Blijf er niet alleen mee rondlopen.

Middelengebruik, wanneer is dat zorgelijk?

Je blik op de wereld verandert als je onder invloed bent. Soms wordt het beter, soms is het om even niets te voelen. Met de komst en steeds meer goedkope synthetische en natuurlijke middelen, lijkt er wel een toename te zijn in het gebruik. Een pilletje is tegenwoordig overal te koop, wie wil er niet even helemaal uit zijn dak gaan?

Dan is er de andere kant. Die van een bad trip, black Monday en de ontregeling van je ritme, lichaam, gewenning door regelmatig gebruik tot en met verslaving aan middelen en de afhankelijkheid ervan die daarop volgt. Vanuit de probleemgevallen ontstaat gezondheidszorg, speelt hulpverleningsland vooral in op vragen van cliënten als ‘hoe kan ik me weer normaal voelen’, ‘het gaat echt fout, hoe krijg ik mezelf weer op te rit’ en op de ergere gevallen waarin mensen psychotisch worden of andere mentale problemen ontwikkelen. Het alleen kijken naar het probleem van het gebruik en dat ‘oplossen’ heeft als grootste risico dat de redenen waarom mensen tot gebruik overgaan, niet in beeld komt.

Stel dat......

We beginnen niet bij een probleem dat opgelost moet worden maar bij de vraag: hoe komt het dat jij middelen wilt gebruiken? Twee stellingen:

  1. Het verlangen naar verbinding met de ander of zelfs een groter geheel is van alle tijden. De indianen probeerden bijvoorbeeld te communiceren met de goden, met drugs. Je niet eenzaam willen voelen in deze tijd roept het verlangen op je juist verbonden te kunnen voelen. Middelengebruik, mits verantwoord, wordt als een mooi verlengstuk van de ervaring van jezelf gebruikt. De hulpverlening richt zich op problematisch gebruik; de gebruiker wordt daarmee dan een probleem. En om verwarring te voorkomen, er is ook echt in bepaalde gevallen sprake van problematisch gebruik.
  2. Middelengebruik hangt vrij direct samen met social media. Want, hoe voel jij je in de wereld waarin social media niet meer uit ons leven te denken zijn? En daarbij een paar ervaringen kunnen optreden:
    1. ‘Ik voel dat ik er niet bij hoor, dat ik anders ben’. Of wel heel veel vrienden te hebben op Facebook of volgers op Instagram, Tumblr of Twitter, maar relatief weinig contact met mensen in de echte wereld te ervaren.
    2. ‘Anderen hebben plezier en ik niet’; alle posts laten het je ieder moment van de dag zien: FOM! Want we willen graag laten zien op die momenten dat het leuk is, dat ons leven wel leuk is.
    3. ‘Anderen zien er fantastisch uit en ik niet’, waardoor onzekerheid over jezelf verder toeneemt terwijl het toetsen van hoe je er echt uitziet in de werkelijkheid steeds minder plaatsvindt.
    4. 'Ik ben down en de enige manier waarop ik me even kan ontspannen en alles kan vergeten is als ik een joint rook.'

Jongeren ervaren steeds vaker een probleem in het gebruik van social media omdat ze de focus kwijtraken op school of studie, zich afzonderen van vrienden en familie of met werk in de problemen komen. Of gezondheidsklachten ontwikkelen, van licht tot erger. Cannabisgebruik komt veel voor bij jongeren die door de bomen het bos niet meer zien. En als het gebruik nog meer wordt, in een cirkel terecht kunnen komen van willen gebruiken en steeds minder ‘presteren’. Dat is een probleem maar nog steeds niet de oorzaak van het probleem. De ondraaglijkheid van denken of voelen anders te zijn, er niet bij te horen, niet goed genoeg te zijn, doet mensen grijpen naar zelfmedicatie om even niet te hoeven voelen. En dat doen de middelen wel. Daar bovenop dan het oordeel over het gebruik, de negatieve reactie, gaat dus helemaal voorbij aan waar het begon en wat er daarbij nodig is.

Gaat het echt helemaal mis, dat hebben mensen daarbij hulp of begeleiding nodig. Maar wat werkt? Wat is nodig als je in die cirkel zit? Hoe krijg je contact met iemand die wel hulp wil maar ook gebruikt?

Jongeren

Mensen 'praten' meer via apps dan per telefoon. Bij de Albert Heijn scan je zelf je boodschappen en zelfs sommige psychotherapie gaat via de computer in plaats van een mens die een ander mens ontmoet. De andere mens komt dus in je gevoel steeds verder van je af te staan.

Zou het kunnen zijn dat je je als jongere enerzijds steeds minder verbonden voelt met de ander en met het grotere geheel terwijl je anderzijds digitaal wel verbonden bent met iedereen, maar toch niet echt? Dus dat in een ‘echte’ ontmoeting, face-to-face, een grote onzekerheid ontstaat of jij wel goed genoeg bent, je contact kunt maken of niet weet wat je te doen hebt? En dat het gebruik van middelen helpt. Het maakt je of ontspannen, of geeft je het gevoel van verbinding, totale helderheid, zelfvertrouwen en deel van het grote geheel.

De therapie

Bij jongerenpsychotherapie, wordt als mens in je kwaliteiten gezien en als mens benaderd, dus niet als probleem, wel als mens die een probleem ervaart.

De therapeut wil een houding aannemen die net anders is dan je ouders, de wet en school. Zij zeggen: gebruik is verboden, slecht, dus wat jij doet is ook slecht. De vertaling van jou als jongere kan makkelijk zijn: ik ben slecht.

Stelt dat er een plaats is waar je niet benaderd wordt als iemand die iets fouts doet, wel als iemand die net als de meeste andere mensen, ernaar verlangt verbinding te ervaren. Met jezelf en met anderen. En voor jezelf te onderzoeken: stel dat ik me vaker en zelfs zonder middelen goed kan voelen? Stel dat het helpt als anderen mij in echt contact feedback geven op wie ik ben, wat mijn kwaliteiten zijn. Ga eens kennismaken met een jongerentherapeut. Is even spannend maar daarna is het misschien ook wel heel fijn als iemand naar je luistert en je goed begrijpt.

Een paar tips voor ouders

Pubers zijn ook gewoon mensen,maar net anders

Wij zien pubers als gewoon mens  en spreken ze aam als volwaardig en zelfdenkend. Dat stimuleert hun zelfreflectievermogen. We steunen hen in hun ontwikkeling tot zichzelf waarderend mens en stimuleren zelfstandigheid en zelfredzaamheid, vooral emotioneel.

De pubertijd is een tijd waarin het lichaam volwassen wordt en het is bekend dat de hormoonhuishouding ‘ingeregeld’ moet worden. Hogere hormoonwaarden kunnen leiden tot sterke emotionaliteit zoals heel erg overstuur zijn, boosheid en zich snel gekwetst voelen. De puber begrijpt er zelf vaak niets van. De zoektocht naar identiteit is soms ingewikkeld en ook verwarrend. Experimenterend ontdekken wie je bent is de meest gebruikelijke weg. Het experiment op zich zegt nog weinig over de uiteindelijke uitkomst.

Over de ontwikkelingen van de hersenen lopen de meningen uiteen, maar er zijn voldoende aanwijzingen:

  1. dat de ontwikkeling van empathie voor veel pubers pas later start; de puber komt lomp of ongevoelig over;
  2. risico’s niet worden waargenomen of ervaren worden terwijl er wel een sterke kick in positieve zin kan zijn waardoor de puber zich in gevaarlijke situaties kan begeven. Dat hoort er (dus) bij en is deel van vallen en opstaan. Soms moet je grenzen aan gedrag stellen;
  3. pubers kunnen onverschillig overkomen maar vaak strookt dit niet met de binnenwereld en ze zijn heel gevoelig voor situaties die schaamte oproepen.

De pubertijd is de fase van losmaking van de ouders. Noodzakelijk, want anders kan een puber later als mens het niet alleen aan in de wereld. Dat losmaken is geen geleidelijk proces en voor de meeste ouders de meest uitdagende fase van opvoeden. Grenzen worden verkend en overschreden waarbij een ouder gevraagd wordt. Pubers zijn vaak eigenwijs; ze zijn het liever niet met je eens. Dat komt door de groei van de hersenen en de wil om zelfstandig te worden. Ga je daar steeds tegenin, dan kun je veel ruzie hebben. Laat je puber juist eigenwijs zijn. Dat is goed. Als pubers eigenwijs zijn, betekent dit dat ze zich ontwikkelen. Ze komen op voor zichzelf en voor dingen waar ze mee bezig zijn.

De puber is geholpen als je hem serieus neemt. Dat betekent dat je moet onderhandelen en adviseren in plaats van te bepalen wat goed is zoals in de eerdere levensfase het geval was. Maak samen regels en hanteer die consequent. Stel vragen in plaats van in te vullen hoe het gaat op basis van het beeld dat je als ouder hebt van hoe het kind was.

Er zijn grenzen aan gedrag en die zijn heel functioneel voor de puber omdat ze veiligheid geven. Consequent zijn in het stellen van grenzen helpt daarbij, en leg uit waarom de grens er is.

Soms is ruzie onvermijdelijk. Ruzie is OK als het binnen de grenzen van redelijkheid blijft en het ook weer wordt goedgemaakt. Het spreekt voor zich dat de ouders bij voorkeur een lijn trekken zodat je niet uit elkaar gespeeld wordt. En als je een keer ruzie hebt, denk dan: we zijn in ieder geval in contact, de puber neemt je als ouder nog serieus om het aan te gaan en voor zichzelf op te komen.

Als ouder hoef je niet perfect te zijn, je mag fouten maken. Geeft dat ook toe en geef daarmee het voorbeeld dat fouten maken bij het leven hoort en perfectie een niet-haalbaar ideaal is.

Uitsluiting en erbij willen horen

Een van de belangrijkste dingen waarover een puber zich heel druk kan maken, is ‘erbij horen’. The fear of missing out wordt ervaren als onoverkomelijk, in het moment althans.

Maar, het belang van erbij horen wordt door ouders vaak onderschat of niet serieus genomen en dat is een gemiste kans. De puber heeft een eigen identiteit te ontwikkelen en zoekt de peers uit om zich mee te identificeren. Dat uit zich in kleding, muziek, opmaken en natuurlijk gedrag.

Voor ouders is dit soms een uitdagende fase: is dit mijn kind (nog)?

Of ouders vinden het moeilijk dat het ooit lieve, contact zoekende of bevestiging zoekende kind ineens een eigen weg in slaat. Geef het kind daarin de ruimte, blijf vragen stellen en die mogen ook kritisch zijn als je het vermoeden hebt dat de mensen waarmee de puber omgaat gedrag vertonen dat voor jou over een grens is. Leg je eventuele twijfels ook open op tafel en maak het concreet waarover je zorg gaat.

Een puber verbieden bij een groep te horen waarbij het wil horen, of straffen te geven waardoor het niet kan omgaan met de mensen met wie hij wil omgaan, kan ook heel contraproductief werken. De angst uitgesloten te worden kan heel bedreigend voelen omdat de puber de groep nodig heeft.

Ook wanneer een puber gepest wordt of wanneer deze niet bij een groep aansluiting vindt, treedt het gevoel van uitsluiting op en dat werkt eenzaamheid, somberheid en ongewenst gedrag in de hand. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat uitsluiting in de hersenen wordt ervaren als pijn en heeft dus een sterke (negatieve) invloed op de puber.

Neem de behoefte van je kind daarom serieus als deze bij een groep wil horen, bang is daarvan buitengesloten te raken of te zijn; voor de gezonde identiteitsontwikkeling en eigenwaarde is de groep heel belangrijk.

Heb je een zorg over iemand na een grote verandering?

Je bent een ouder, vriend of vriendin, verzorger, leraar, huisarts, maatschappelijk werker of staat op een andere manier in contact met iemand over wie je de zorg hebt. Je hebt het verband al gelegd dat de oorzaak van de  klachten, zoals niet-optimaal functioneren of zelfs vastlopen, wel eens te maken kan hebben met het feit dat die persoon (hierna: de cliënt), een groot verlies heeft geleden. Je  weet geen precieze oorzaak of oplossing, wel zoek je naar een veilige plek waar verkend kan worden waar de oorzaken liggen van de geconstateerde klachten.

Ons uitgangspunt is dat aan zulk gedrag en stemmingen een verlieservaring ten grondslag kan liggen. De cliënt hoeft zich daar zelf niet eens bewust van te zijn, maar is dat soms wel.

 

lees volledig verhaal

Verlies: hoe geef je daar een plek aan? Groepen Amsterdam

Het niet alleen hoeven doen

Hoewel verandering bij het leven hoort, kan een grote verandering leiden tot verschillende emoties. Zoals: stress, verdriet, rouw, somberheid, agressie, wanhoop, en eenzaamheid. Vooral bij een groot verlies, zoals het overlijden van een familielid, een vriend/ vriendin of bij een echtscheiding, kunnen deze emoties heftig zijn en je belemmeren in je dagelijkse leven. Zo’n ingrijpende verandering komt meestal onverwachts, daarom is het belangrijk dat je hiermee om leert gaan. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, vooral omdat je zelf niet voor deze verandering gekozen hebt.

lees volledig verhaal

Faalangst?

Ik ben een meisje van 14 jaar. Op school zeiden ze dat ik faalangst heb, want ik haal mijn toetsen niet altijd. Daarom ben ik naar een jongerentherapeut gegaan. Omdat ik thuis altijd Arabisch praat met mijn familie, had ik wel moeite met taal op de lagere school, maar nu is dat minder. Maar soms begrijp ik de dingen toch anders in het Nederlands als bedoeld is.

Door de therapie begrijp ik nu dat ik geen faalangst heb, maar dat ik wel extra hulp nodig heb om goed te begrijpen wat er ie bedoeld. Ik heb nu huiswerkbegeleiding en het gaat nu beter op school. Ik zit in de brugklas en wil graag naar de HAVO. De mentor zegt dat ik dat ook kan, maar met mijn cijfers had ik anders naar het VMBO moeten gaan. Terwijl ik graag later wil gaan studeren. Ik had maar vijf gesprekken nodig. Mijn jongerentherapeut snapte wat er aan de hand was door wat ik vertelde. Hij heeft contact opgenomen met mijn mentor en nu heb ik ook meer zelfvertrouwen in mezelf.

Misschien ben ik gay

Toen ik 15 was begon ik erg aan mezelf te twijfelen: ik ben een jongen en volgens mij val ik op jongens. Maar dat is bij mij op school echt niet OK. Dus besloot ik dat nemand het mocht weten, alleen ga ik na de training tegenwoordig altijd meteen naar huis en op school ontloop ik iedereen in de pauzes.

lees volledig verhaal

Gewoon geen zin

Ik ben een meisje van 16. Tot vorig jaar ging alles eigenlijk prima met mij. Ik ging naar school en daar had ik veel vriendinnen en het leren ging ook makkelijk. We waren niet zo heel erg met jongens bezig maar ineens wat hij er en vroeg of ik met hem wilde gaan. Hij was echt onwijs lief voor mij, stuurde mij de hele dag smsjes. Mijn ouders ware niet zo enthousiast over hem en ik mocht niet met hem mee omdat hij al 18 was. Daarna ging het niet zo lekker tussen mijn ouders en mij.

lees volledig verhaal

Pesten op school

Niemand wil gepest worden en jij dus ook niet. Als de pester jou vaker dan één keer pijn doet en als jij daar niets tegen kan doen omdat hij een grotere mond heeft, of sterker is, dan kun je daar met iemand die je vertrouwt over praten.

lees volledig verhaal

Zie je het leven even niet zitten?

Soms kan het zijn dat je er even geen gat in ziet. Praat je er wel eens met iemand over, zodat je er niet alleen mee rond blijft lopen? Een vriend of vriendin is vaak het makkelijkst, als ze jou een beetje kennen. Je kunt ook een leraar vragen of je eens met hem of haar kunt praten, als je die vertrouwt.

lees volledig verhaal

Niemand ziet mij staan...

Ik ben 16 jaar en heb een moeder met een alcoholprobleem. Het is eigenlijk allemaal begonnen toen ze ging scheiden van mijn vader. Ik was toen net een jaar. Mijn vader kreeg last van psychoses en begon mijn moeder te wantrouwen en bedreigen. Uiteindelijk bleek dat hij schizofrenie had. Ik woon nu bij mijn moeder samen met mijn zus van 19 en broer van 20.

lees volledig verhaal

Schaam je je wel eens?

Pfff, ik schaamde me dood!’ Je hoort het vaak. Meestal kun je je er wel wat bij voorstellen. Een scheet in een deftig gezelschap. Als je glas limonade omvalt op de nieuwe bank bij je vriendin. Redenen genoeg om door de grond te willen zakken.
Er zijn ook jongeren die zich om minder begrijpelijke redenen schamen. Bijvoorbeeld om hun kleding of hun uiterlijk. Of voor de dingen die ze doen. Of juist voor de dingen die ze niet doen, die ze misschien niet kunnen. Het beheerst hun hele leven. Ze worden er somber van.

lees volledig verhaal